Bericht van Inlia: Asielzoekers aan het werk: win-win

Kok, pizzabakker, bouwvakker, borduurder, heftruckchauffeur, metaalbewerker, financieel manager, verkoper, elektrotechnicus, leraar, slager, autopoetser, vrachtwagenchauffeur, koerier en ICT’er: zomaar een greep uit de beroepen van de asielzoekers die onderdak krijgen van INLIA in het kader van de crisisopvang voor het overvolle aanmeldcentrum in Ter Apel.

Nederland zit te springen om arbeidskrachten, andersom zitten zij te springen om zinvolle dagbesteding, werk, integratie, en geld om naar hun families in het buitenland te sturen. 1 en 1 is 2 zou je denken: laat die mensen zo snel mogelijk aan het werk gaan!

Belemmeringen

Tot eind november was dat echter te simpel gedacht. Nederland wierp allerlei barrières op voor asielzoekers om hier te mogen werken. Ze zouden maar gaan denken dat ze hier mochten blijven – of zo lang aan het werk gaan dat ze recht kregen op WW! Zo mochten asielzoekers pas na een half jaar hier aan het werk en mochten ze dan bovendien maar 24 weken per jaar werken.

Onder die regels was het onaantrekkelijk voor bedrijven om asielzoekers in dienst te nemen. Wie wil er investeren in arbeidskrachten van wie je al na 24 weken weer afscheid moet nemen? Gelukkig maakte de Raad van State eind november uiteindelijk gehakt van deze regel die de toegang tot de arbeidsmarkt beperkte. Sindsdien ligt de arbeidsmarkt veel meer open voor asielzoekers.

‘Goed voor de samenleving’

Een opsteker voor werkgevers, voor asielzoekers, voor gemeenten & Rijk (overheden hoeven zo minder geld aan uitkeringen te besteden), voor iedereen eigenlijk. INLIA-directeur John van Tilborg is blij met de uitspraak: “Vacatures kunnen vervuld worden, bedrijven kunnen beter draaien, asielzoekers kunnen meedoen – dat is de beste integratie. Het is echt goed voor de samenleving.”

Hij is zelf ook in zijn nopjes, want ook INLIA heeft asielzoekers in dienst, die hij nu niet na 24 weken weer hoeft te ontslaan.

‘Project Werk’

Het is ook heel goed nieuws voor ‘Project Werk’ dat INLIA in september startte. Want het potentieel aan arbeidskrachten onder de asielzoekers viel op, sinds INLIA vorig jaar betrokken raakte bij de crisisopvang van asielzoekers die niet in Ter Apel terecht konden (een nieuwe doelgroep voor INLIA).

En hoewel de belemmerende regelgeving toen nog gold, zou INLIA INLIA niet zijn als de stichting zich zou neerleggen bij de onmogelijkheden van onzinnige regels en bureaucratie. ‘Project Werk’ dus. Van Tilborg trok Britt Pruis aan, die ervaring had met het aan het werk helpen van Oekraïense vluchtelingen hier. Een enthousiaste ‘jonge hond’ zogezegd, die hij koppelde aan een ervaren ‘oude rot’: ex-gemeenteraadslid Koosje van Doesen.

Beide partijen

Ze zochten eerst de regelgeving uit, brachten de cv’s van de mensen samen met hen in kaart en brachten werkgevers en potentiële arbeidskrachten in contact met elkaar. “We zijn er niet alleen voor onze gasten, maar ook voor de bedrijven”, vertelt Koosje, “We ondersteunen en coachen beide partijen. Als iets niet goed loopt, springen we in. En we leggen van tevoren ook goed aan de mensen uit hoe je in Nederland een goede werknemer bent.”
Ze lopen natuurlijk tegen allerlei moeilijkheden aan. Zo zijn in allerlei sectoren certificaten nodig, waarvan de kosten voor veel asielzoekers een probleem vormen. Bovendien moet je voor het aanvragen goed je weg weten met computers, ook een barrière. Britt: “Maar ze helpen elkaar.”

Werk is goed

De mannen willen heel graag werken, vertellen Britt en Koosje: het geeft een dag invulling, dat hebben ze geestelijk ook nodig. Werk is goed om Nederlands te leren, om mensen hier te leren kennen, om te integreren. Een heel groot pluspunt: het zijn meest kostwinners en met een baan hier kunnen ze geld sturen naar hun gezinnen.

De eerste successen zijn er: een lasser en metaalbewerker is inmiddels aan de slag, twee mensen werken bij een keukeninstallateur, iemand volgt een traineeship bij de customer service van IKEA en weer een ander is bij een productiebedrijf gestart. Laat Britt en Koosje maar schuiven.